Vakantie

Een van de jaarlijks terugkerende feestelijke perioden heet vakantie te zijn. Iedereen, bijna iedereen, kijkt er rijkhalzend naar uit. Vakantie. Ik ken mensen, met een klaarblijkelijk geringe werkmotivatie die, wanneer je ze erover aanspreekt; “Joop, hoe lang nog?”, op de dag en het uur kunnen antwoorden wanneer ze gaan. Joop fluistert: “162 dagen, 6 uur en 18 minuten, en na die van deze week nog maar 24 vergaderingen”….

Dan vertrekt Joop. Al jarenlang naar Finland. Daar vind Joop het geluk waar hij gedurende al die stoffige vergaderingen naar wegdroomt. Waar hij een heel jaar hunkering en ergernis wegvist, wandelt en vogelt. Joop komt dan ook altijd bekaf terug van vakantie. Uitgemergelt, versleten, met blaren en met door grote snoeken stukgebeten handen, of andere lichaamsdelen. Z’n vrouw Do ziet er, na 6 weken camperen of ander opgedrongen overleef optimisme, altijd nogal verfomfaaid uit. Wat grouw. De kinderen lijken blij dat ze weer naar school kunnen. Hoe heerlijk is dat toch, vakantie. Ik kom wel, net als u waarschijnlijk, op van die verjaardagspartijen, waar het gesprek na verbouwingsperikelen, het niet weg te denken “wat doen de hypotheken?”, al ras naar de vakanties snelt.
Wat doen jullie dit jaar? Het opbieden kan beginnen. Vissen in Noorwegen is al heel gewoontjes. Ierland verwerd tot een tussendoortje, zoals vroeger de Kyll wel werd gezien. Schotland wordt amper nog vernoemd, zoals ook Finland, Zweden en Frankrijk niet interessant meer blijken. Joop houdt dan ook altijd wijselijk z’n mond, zo viel mij op.
Naar Rusland, Argentinie, Chilie, India, Afrika, Alaska, en Nieuw Zeeland dienen wij. Daar vind men nu het goud. Zelfs Amerika, Canada en Alaska lijken al weer een tikje gewoontjes te zijn geworden. Ik ken mensen, ja ik ken echt mensen en dat zijn er meer dan je denkt, die vissen niet meer. Die vissen hier niet meer, in Nederland niet! Je komt ze tegen op de klub en op beurzen. Je treft ze meestal aan in de stands van chique reisorganisaties. Bij van die mannen met eigen beats op onbetaalbare zalmrivieren in Noorwegen of Rusland. Mannen met veel te witte tanden, met grote Stetsons, altijd al een tikje teut. Mannen die veel, nee die altijd lachen. Met Lodges in Argentinie en Alaska. Op voorn vissen we niet meer. Op snoek ook niet. ‘Ze’ vormen op klubbijeenkomsten altijd een aparte clan van ernstig kijkende heren, zich buigent over onbetaalbare boeken waarin de patterns voor de Chamboquicka river staan. In oost Nepal. Ze wachten een heel jaar, tot ze naar de Chamboquicka kunnen. Binden zich de klemblaren, dozen vol. Lezen alles stuk wat er over die onbekende rivier, met die kanjers, wordt geschreven. In Amerikaanse en Duitse bladen..De hoofdredacteur van Fliegenfischen was er het eerst, gelijk trouwens met Sandy Leventon van Trout & Salmon, die allebei nogal verbaasd opkeken toen daar ook al Doug Stange (Inn Fisherman) en John Randolph (Fly Fisherman) rondklosten. Op een ezeltje, de canyon in naar het water. “Hi Sandy, how ‘re things?” En wij er, met een enorme zak duiten, achteraan.

Mijn eigen vakanties? Dit jaar, na jaren amper geweest te zijn, wel drie keer. Met mijn vrouw naar Formentera, het hele gezin naar Denemarken, in oktober met de buddies ‘gewoontjes’ naar Ierland… Formentera is een verhaal op zich. Even een korte afdwaling dan: Nog nooit was ik in een warm land. Formentera is een heel warm eiland. Met enorm veel schitterende hagedissen. Ik zag er steenarenden, bijeneters en hoppen. Een smaragdgroen zeer heldere zee. Amper discos en vertier, dus geen lallend Veronicapubliek. Wel heel veel mensen die er in hun blote kont lopen. Dat kan, met die zonneschijn. Mijn vrouw ging er al tientallen keren heen, altijd met een vriendin. Ik voor het eerst nu eens mee.. “Ga toch eens mee joe kunt er ook heel goed snorkelen.” “Nou vooruit dan.” Na vele jaren mist en klamme kilte op Ierse rotsen stapte ik des middags om 1 uur een heel klein strandje op. Nouwlettend in de gaten gehouden door mijn vrouw. “Hoe vind je ‘t?”, vroeg ze schuchter. “Ach ’t lijkt me best fijn hoor”. Snel keek ik gegeneerd naar de horizon, nadat ik geschrokken en vooral te lang een wel erg blote heer, het klok en hamerspel wijdbeens showend, had aangestaard. “Hemeltje mij”.. dacht ik nog “Ik ben echt een provinciaal..” Ik viel nogal op, samen met een aardige Engelsman, doordat wij op het hele strand de enigen in een heuse zwembroek bleken. Dat heb ik de hele week volgehouden. Behalve mijn vrouw waren er gelukkig ook andere sappige dames en dat maakte veel goed. De eerste dag onderscheidde ik meteen al drie merkwaardige types, die een gifpisser als mijzelf opvielen. Namen kregen ze als van zelf: ‘De rotshagedis’, ‘Het naaktgebeuren’ en ‘Het ornament’, zouden ze heten.’De rotshagedis’ viel op doordat hij zich nogal merkwaardig (zie boven) op de rotsen drapeerde, op zo’n manier dat elke kier en naad aan de zon kon worden blootgesteld. Een gedrag wat behalve opmerkelijk, bovendien pijnlijk moet zijn geweest, terwijl het zachte zand toch zo nabij bleek. ‘Het naaktgebeuren’ werd gevormd door een man en vrouw die het zonnen buitengewoon ernstig namen. De man las staand (waarschijnlijk Proust of Freud, zo keek hij tenminste) de vrouw stond er naast, zomaar, zelfs niet met een gezellig breiwerkje. De draaiden ook gelijk om, van rug naar buik. Ernst lag of stond steeds tussen hen in. Bruin waren ze als geen ander, dat is waar. Het ornament hoorde bij een madedikke vrouw. Sneeuwwit, rolrond, zacht puddingachtig onder een soort afdakje zittend. Ervoor stond het ornament, steeds in een andere min of meer gespierde houding in de zon. In z¹n blote Œoepert. Zo bruin als een beukenoot. Ik vond het een stelletje ongelofelijke aanstellers en zeurde mijn vrouw de kop gek, met netelige opmerkingen erover. “Kijk”, siste ik dan boosaardig loerend, “hij heeft nu Freud voor Jung verwisseld” en “de rotshagedis laat z’n voetzolen nog even aanbranden”…”Jaa-ha… Ad”, klonk het vermoeid van het badlaken….. Snorkelen is overigens bijna net zo leuk als vissen. Ik verbrandde die eerste dag dermate ernstig, dat ik een zonnesteek opliep en mijn benen zwollen dusdanig op dat mijn enkels onzichtbaar werden en lopen er bijna niet mee bij was. Straf van RA volgens Paulien. En van de rotshagedis….. denk ik.

Op vakantie gaan is zwaar werk. Visvakanties ook. Wekenlang bereid je de trip voor. Als de dag van vertrek dan eindelijk daar is, heb ik vaak helemaal geen zin meer. Mis mijn vrouw dan al en Pieter en Floor helemaal. Huilend wordt ik in een taxi afgevoerd. Eenmaal op Schiphol gaat het allemaal wel weer. Maar dan begint het ook meestal allemaal pas. Charters die zelden op tijd gaan. Extra landingen die opeens gemaakt moeten worden om crews op te pikken. Of, zoals wij eens mochten beleven, het Nederlandse atletiekteam. Een bos volkomen verziekte en verwende werkelijke pestetters! Die met hun, door overdreven veel aandacht (ikke ikke ikke ikke) en hun dolgedraaide aanwezigheid onze hele trip vergalden. Op de vakantiebestemming is er ook weer eens geen water, of het regent er ook nogal eens hinderlijk en lang. Of er is gewoon helemaal geen vis. De snoek ligt vast, de forel is vort, het weer veel te zonnig of, juist, te donker. Het hotel ligt tien kilometer van het water af. De boten lekken, of zinken gewoon af. Gidsen dronken of zoek.
Maar… na veel vertraging kom je dan eindelijk in Shannon aan…… De hengels blijken, per vergissing, te zijn doorgevlogen naar Bangkok, maar de vistassen liggen gelukkig in Trinidad. Vakanties blijken wel erg vaak een groot getob. Ik ben nu al weer twee weken terug uit Denemarken. Met op de heenweg meer en langere files dan ik ooit in mijn vreselijkste dromen bij elkaar kon nachtmerrien. Maar dit terzijde.
De berichten, van maten en mensen die ik toevallig ken komen inmiddels af en toe binnen. Kaarten en soms telefoontjes. Of niets, wat verdacht is.
Een kaart uit Canada: ‘de winter viel te vroeg in, sneeuw en nachtvorsten. Opstandige beren.’ Een brief uit Chili:’Weggespoeld met de Camel jeep. Moira verkracht door bandieten. Karel been gebroken tijdens afdaling (zonder ezeltje)=( lekker goe-koop)naar Chamboquicka’…. Kaart uit Nepal: ‘geen Masheer, wel slangen, lig nu in ziekenhuis met vreselijke verzwering aan testikels, opgelopen (zonder laarzen in de rivier gestaan) tijdens dril van …… aligator.’ (Tjonge jonge.) Afrika dan. Geen bericht, dus die bel ik eens..vandaag of morgen. Ah…Finland…Joop:.’we wisten niet dat hier zulke bakken van vlagzalmen voorkwamen. Tientallen van over de zestig. Koud nat weer…. Dorien wil scheiden, waarom…. Ad…. waarom???’ Ierland: ‘We worden hier bijna doodgegooid door Noordieren met grote dobbers en purple shrimps. Die Noordieren vangen veel zalm, wij nog niet zo, maar morgen…’ (Ja ja, dat ken ik!) Kaart uit Alaska: ‘in trappersval gestapt, erna bijna opgevreten door twee veelvaten. De rivieren liggen al dicht. Stuur schaatsen!’ Op vakantie gaan is zwaar vrienden….Kaart van Tjeert, hij is een van dat groepje diepzinnige ‘jullie begrijpen dit niet’ bij- elkaar zitters; ‘De rivier bleek leeg bij aankomst, er voor(dat kennikkook!) was er(natuurlijk) zeer goed gevangen door mensen van Fliegenfischen (ja ja..) leuk gebabbeld met Bernd Kuleisa….(ik wil nu wel es vis zien, lulla..!) Doorgetrokken naar Mahali, waar de rivieren in goede staat bleken. De visserij werd goed (ja… jah, ga door!). De eigenaar bleek een Nederlander, die de rivier, sommige stukken althans, heeft afgezet en volgepoot (!?!) met ruisvoorns. (Whaat?!) Kasten van ruisvoorns, Ad. Zou wat voor jou en Kurt wezen hier, in west Paraguay. We hebben alleen de verkeerde vliegen en binden nu muggepoppen op zalmhaakjes’…. (Ik bedoel maar…!) Oostenrijk: Job & Karel: ‘de rivier lijkt wel te zijn volgedumpt met kasten van regenbogen, tot 8 pond, die alles pakken wat je ze voor zet.
Sigarettenpeuken, kroon kurken, zelfs als je een roggel in het water spuugt… (goorling!), kortom…Karel is vanmiddag op beekprik gegaan om eindelijk eens wat anders te belev…’.(kaart verscheurd, gestolde waanzin, te absurd..te deca..).
Wie twee weken op vakantie gaat, dient daar tegenwoordig minimaal nog twee weken voor algehele voorbereiding maar vooral erna voor revalidatie, bijslapen en genezen in het algemeen aan toe te voegen. Dat heb je hard nodig. Zeker gezien het oprukkend ‘overleef toerisme’ wat helaas ook de vliegviserij binnentrekt, is dat verstandig te noemen. Om over de roodstand bij de bank nog maar te zwijgen… Toen ‘alles’ in Ierland echt nog ‘houtje-touwtje’ ging, (zo ’n 25 jaar geleden) hadden we die trip nogal wat cheques verbruikt. Ze werden maar niet afgeschreven. Na twee weken niet na twee maanden niet en we vergaten ze. Na vier maanden pas kregen we de doodklap… niet te geloven. Wie na z ’n vakantie dan toch weer opveert, zo na een paar weken, gaat, soms of moet ik het woord meestal gebruiken, alle teleustellingen van de afgelopen vakantie eens op een rij zetten. Om… om vervolgens met een groot gevoel van massochisme, zelfhatings-, alsmede zelfverwaarlozingdrang weer nieuwe plannen te maken. Want… volgend jaar doen we het helemaal anders, beter en als we een beetje geducht Nederlander zijn ook nog weer een paar gulden goedkoper.We gaan die hele gang weer: andere vakantie bestemming, dus nieuwe studie van land en wateren. Nieuwe hengels, andere lijnen, andere vliegen. Betere skins en nieuwe…. Om gek van te worden.

Ik ga dus niet meer. Ik blijf lekker thuis. Ik ga fijn met Kurt op de ruisvoorn aan de andere kant van de weg. Om de hoek, in Mastenbroek. Op de fiets. Geen gemartel meer aan lege rivieren, geen getob meer met vliegtuigen. Nee, mij naaien ze geen oor meer aan. Ze kunnen me wat. De pot op, dat kunnen ze. Zijn ze nou helemaal!

Ad Swier.