Haunted Houses in Ierland

deurklWaarom is iets griezelig? Wat zorgt er eigenlijk voor dat iemand de stuipen krijgt, de rillingen over je rug lopen, kippenvel oppopt als poffertjes. Wat doet iemand diep onder de dekens wegkruipen na het lezen van een griezelverhaal. Of na het zien van een enge film. Wat maakt iets horrible? Donkere hoeken, slagschaduwen, gekraak, knerpende deuren. Aanzwellende muziek. De dood. Geesten die terugkomen om iets af te maken, ergens kwaad over zijn, verdrietig of wraakzuchtig. Klappende deuren en ramen. Voetstappen waar ze niet horen. Of geschuifel. Geslof. Rammelende kettingen. Het piano deuntje in Halloween. De roep van bosuilen. Gierende wind. Of juist de suizende stilte. Is het dat niet te vangen gevoel, het weten dat ergens iets kan zijn, zich iets ophoudt. Is dat zo, of speelt alles wat ons als griezelig voorkomt zich louter af binnen de kom van de menselijke geest. Wat doet die geest dan dolen en dwalen. Wat doet hem soms zelfs reikhalzend uitzien naar zaken die we beter maar niet moesten weten.

Nieuwsgierig als we zijn, naar dat griezelige onbekende. Hoe zit het dan? Waarom onze geest die paden bewandelen wil, de wil tot verdwalen naar plekken die zelfs door een belastingambtenaar of GSM ’s niet kunnen worden bereikt. Zijn weg vinden wil in een wereld, een atmosfeer waarvan we denken dat hij ons per definitie vijandig gezind is. Is hij dat? Wat maakt iets griezelig? Iets wat we niet precies weten of bevatten kunnen, kan heel griezelig zijn. Monsters, heksen, geesten of een angstig vermoeden. Totdat je het uiteindelijk ziet, het weet. Het herkent en plaatsen kunt. Maar als de Alien dan uiteindelijk uit John Hurt ’s borst plopt, is er een heel stuk spanning uit de film weg. Ah, daar is ie. Je komt het tegen in het beroemde verhaal ‘Scrooge, a Christmas Carol’ van Charles Dickens. De angstige dromen van Ebenezer Scrooge, achtervolgt door zijn eigen geweten.Waarom is het verhaal ‘The Willows’ van Algarnon Blackwood zo haren knetterend eng. De gekmakende angst van almaar heen en weer zwiepende wilgen, zover als je kijken kunt? De natuur die op de mannen lijkt in te lopen, een spelletje met ze speelt? Wat maakt ‘The turn of the screw’ van Henry James tot het waarschijnlijk engste verhaal ooit geschreven? Het keel dichtknijpende vermoeden van een krankzinnig wordende gouvernante. Hallicuneert ze, spreekt ze de waarheid, of wordt ze gek? Wat is er met die kinderen loos? Griezelige verhalen, misschien wel daarom, omdat het zo heel normaal en dichtbij lijkt.

Cuffsborough House. Het is zinderend stil rond Cuffesborough house. Vijf verdiepingen hoog is het grijze huis. Groot, hoog en vierkant. Een breed bordes, een zware deur met kettingen met veel sloten. Geen enkel geluid verstoort de stilte. Alsof er een stolp over het huis heen is gezet. Alleen het zilveren loopje van een roodborst tinkelt vanuit de struiken. Er vallen druppels uit oude bomen. Ik sta onder een uit zware stenen opgetrokken ronde poort, erachter de ruines van wat ooit personeels verblijven en stallen moeten zijn geweest. Overwoekert door bramen. Tussen de rottende resten van balken steen- en kalkhopen priemen varens, het mostapijt dempt iedere geluid. Er druipt water uit de bemoste poort. Druppel na druppel. Ik kijk in de richting van de oude eik, de eik waar lady Cuff begraven ligt. Erachter de grijze velden, verspreid staande bomen.

man+kruisklDunne nevel golft slierend over het land. Hangt druilend in de heggen, deint tegen het huis en golft dan terug de velden weer op. Golfslag in een zee van grijzen. Een milde wind jaagt dan de nevels warrelend uit elkaar, drijft het uiteen en voor zich uit. Dan sluit de nevel weer even snel haar soepele gelederen. Als kringen, na een te water gegooide steen. Achter de bomen hinnikt een onzichtbaar paard. Ik hoor het dier galloperen. Het geluid verijlt achter het huis. Duikt naast de rechter vleugel weer op. Het lijkt of het om me heen draaft. Als het dan voor me langs gallopeerd zie ik alleen een witte warreling in de nevel. Ik huiver in m’n jas, wandel snel het bordes op en klop aan… Niemand doet open. De wind ritselt de bladeren. Ik klop nog eens aan, wat harder, wat langer. Indringender, vooral! Mijn geklop verijlt in het hol echoënde huis. Het paard hinnikt. Niemand….niemand?!!… “Oh you must be the journalist from Holland, John told me about”, klinkt het plots schel achter me. Ik schrik me het akute lazarus. Het blijkt ‘gelukkig maar’ John Colclough ’s 85 jaar oude moeder… Lady Cuff nu stierf in 1820. Ze gaf te kennen om onder de eik voor het huis te worden begraven. Zo geschiedde.

Ze werd met al haar juwelen begraven, want dat was toen gebruikelijk. Meerdere keren heeft men geprobeerd het graf te openen, om haar juwelen te stelen. Iedere keer werd dat tegengegaan door de geest van een wit paard, wat briesend en hinnikend aan het graf verscheen, de grafrovers de stuipen op het lijf jagend. De witte schimmel werd voor het laatst gezien in 1990, toen op een nacht twee mannen uit het dorp ook probeerden het graf te openen. Een van hen zit sinds die nacht in een kliniek voor geesteszieken.

Mijn interesse voor spookhuizen hou ik eigenlijk bewust zeer klein. Want ik weet dat ik me er beter maar niet mee bezig kan houden. Dat heb ik ook nu weer gemerkt. Beter maar niet doen. Ik liep ooit met mijn vrouw naar de river Shannon. Ons pad voerde langs een heel groot, hoog Victoriaans huis, met vele lege kamers. Onbewoond. Hier en daar gebroken glas, de tijd liep samen met de rafelende regens traag maar onafwendbaar op het huis in. ‘Haunted’ zei men. Het was ook een onplezierige plek. Toen we op een avond naar de rivier wandelden, weerspiegelde de ramen de ondergaande zon. Fel rood en flakkerend oranje. Het leek of het huis ons volgde. Ons diep aankeek vanuit de holle ruimten.Toen we terugkwamen, weerspiegelde het laatste licht zich in de vele vensters. Diep pruisisch blauw en boosaardige paarsen. Het huis keek naar ons, draaide traag met ons mee. Op de hoek, bij de grote oude eiken keer ik me nog even om. Het huis keek me nog even indringend aan, maar wendde zich toen met een grauw, honend van ons af. Als ik aan enge huizen denk, dan komt dit huis steeds in zicht.

Ierland zit vol met dit soort verhalen, staat vol met huizen, bruggen en ruines waarin of waarbij het spookt, waarin gehekst wordt of waar met regelmaat ‘little people’, worden opgemerkt. Sommige huizen worden beheerst door vriendelijke spirits, maar vele anderen worden geregeerd door meer of minder kwaadaardige. ‘Violently hounted’. Horrible places and stories. Ik ben in deze de gast van John Colclough (spreek uit John Koekly..), een man die als groot kenner van deze ‘materie’ aangeschreven staat. Hij kent alles en iedereen, heeft zelf veel gezien.
meisjeinkamerklJohn ziet er dan ook uit al een soort Sherlock Holmes, maar dan als jager op geesten en spoken. Hij heeft ravenzwart haar wat hij met regelmaat achterover gooien moet. Hij draagt dus ‘vanzelfsprekend’ een monocle, een zwarte cape completeert het totaal. Excentriek, rather bizar. John blijkt een groots verteller. John nam me mee en vertelde. The Banshee: Een jammerende spirit die soms verschijnt als een jonge vrouw. Soms als een heel oude. Wie haar ziet heeft nog twee tot drie dagen te leven. The old lady of Kilkenny: Een bijzonder oude dame loopt gebogen, leunend op een stok, onder haar bruine capuchon door de straten van Kilkenny. Mensen die haar tegenkomen, gaan beleefd voor haar aan de kant. Als ze hen dan aankijkt, blijkt ze geen gezicht te hebben. Mensen schrikken zich te pletter, rennen de straat op, om soms te worden overreden. Paddy Soul, tourwarden of St. MichanŒs Church: Een oude kerk op wiens orgel Händel ooit de Messias componeerde. De kerk midden in Dublin is gebouwd in 1095. Paddy Soul gaf al vele jaren de rondleidingen in St. Michans ’s church. Onder St. Michan ’s Church bevinden zich ‘the vaults’.

Grafkelders. De lichamen in deze bizarre kelders zijn op miraculeuze wijze gemummificeerd. Doordat de gewelven zijn opgetrokken uit kalksteen, omdat het er kurkdroog is en er geen verschillen in temperatuur optreden. In iedere grafkelder liggen stapels kisten, die door werking van buitenaf openspringen… Er liggen honderden mummies. Omgestortte stapels kisten. Botten en schedels overal. Het is er grafdonker, de kerkers worden afgesloten door zeer zware naar binnen vallende deuren. Een sinister oord, waar het davert van de spoken. John bezocht af en toe de kerk. Met gasten. Hij kende Paddy Soul daarom goed. Zes jaar geleden bezocht hij de kerk weer eens. Hij zag Paddy net de kerk uitlopen en de straat oversteken. Ze staken een hand naar elkaar op. Tot John ’s verbazing gaf nu een jongeman de rondleidingen. Op John ’s vraag of Paddy Soul misschien met gidsen gestopt was. Antwoordde de jongeman verbaasd: “Oh nee, nee.. maar weet u dan niet dat Paddy Soul twee maanden geleden overleden is?”…..

Het feit dat de Britse eilanden zoveel spookverhalen herbergen, zoveel ‘haunted places’ kent komt waarschijnlijk voort uit het feit dat men er een groot gevoel voor traditie kent. Gevoel voor historie, vooral waardering voor de Keltische historie. Die men in ere houdt. Waar de kleur van de verhalenvertellers het leven verrijkt. Wie zijn neus steekt in zaken als omschreven, komt haast niet om het feit heen dat er merkwaardige zaken gebeuren. In Ierland, waar sagen en mythen nog leven, waar verhalen de ronde doen, de overlevering leeft. Waar stilte heersen mag, waar het langdurig regenen kan. De wind vrij spel heeft en ongestoord over de verstilde valleien waait. Waar men zich nog verwonderd. Over de natuur. Wat die in zich draagt. Pas nu na al die jaren stak ik mijn neus erin, maar…niet te ver. Het doet wel wat met je, zeker als je er gevoelig voor bent, en dat ben ik. ‘Receptiveness’ noemt John dat. Het zei zo. Ierland heeft altijd al iets mythies gehad, iets geheimzinnigs, iets wat in onze dolgedraaide GSM, ISDN en E-Mail wereld vol herrie volkomen teloor is gegaan. Dat gevoel voor tradities. Vergeten tradities, weggehoond door maatkostuums, in zaken lunches.

Shankill Castle. In dit 16e eeuwse kasteel wonen Elizabeth en Geoffrey Cope en hun drie dochters. Elizabeth is een bekend Iers schilderes. Shankill is gebouwd naast en erfde tevens haar naam van een eeuwenoude ruine. Van de kerk en de haar omringende begraafplaats Seanchill. Vervallen ruines, in de bossen verborgen, maar inmiskenbaar op het landgoed aanwezig. Mosbegroeid en omzwermt door een horde krassende kraaien en roeken. Peter Aylward zwaait hier sinds 1700 de geestige scepter. Peter is een goeie geest. Ik sprak er de chirurg Alan Price over, die de kamer huurt waar Peter met regelmaat opduikt, Hij vertelt: “Oh yes he is there. Sure he is…. Ik kan hem voelen en merk zeer regelmatig dat hij aanwezig is. Maar hij boezemt mij geen angst in. Er vallen ook met regelmaat dingen, of ze worden verplaatst. Nee, ik slaap heel comfortabel ‘samen’ met Peter”, grijnst hij. Het schilderij van Peter Aylward is dus ook een prettig portret. Dat geldt minder voor de priester die ruim tweehonderd jaar geleden een vloek over Shankill uitriep, vlak voor hij (ook hij weer) werd opgehangen: “De hekken van uw oprijlaan zullen nimmer meer sluiten en er zal gras over de laan groeien.” Geoffrey neemt me er mee naartoe. De enorme hekken van de oude inrit zijn nu aan de onderzijde in beton gegoten, maar hoe men het ook probeerde de hekken staan zeker 15 cm uiteen gebogen en van de oprijlaan naar het huis (zeker een 800 meter lang) is niets meer te zien, Vredig graast er vee.
trapklJohn Colclough vertelt me over de gebouwen van het Ministery of the Marine, waar schoonmakers niet meer wilden werken, omdat ze met regelmaat een oude dame tegenkwamen die door de gebouwen doolde. Er werd gedreigd met een volledige staking en het kwam in alle kranten. Lady Barrington, zat eind 17e eeuw opvallend vaak voor het raam, ze bekeek haar buren. Haar rijke buren. Ze bekeek de feesten der rijke buren, waarvoor ze nimmer werd uitgenodigd, dochter van een eenvoudige shopkeeper als ze was. Want daar laat je je als een Dublin snob nu eenmaal niet mee in.
Met regelmaat wordt er in het raam een zittende gedaante gezien, die uit het raam te kijken lijkt. De bekende theaterdirecteur Michael Macliammoir uit Dublin, waar en door wie Orson Welles ooit bekend werd, spookt ook nog rond. Op Michael ’s sterfdag komt hijzelf altijd nog even heftig op z ’n huisdeur kloppen. Zoals ook Jonathan Swift (in Dublin geboren) die met regelmaat in St. Patricks Cathedral en Marshalls Library wordt gezien. Over Dublin Castle, waar de geheime dienst in de tijd van de ‘1798 rebellion’, een wel bijzonder onprettige manier had om informatie van gevangenen te verkrijgen. Men paste hier een gebruik toe wat onder de naam ‘Pitch Capping’ bekend stond. De gevangenen werd een soort pet van teer op het hoofd gezet, die vervolgens ‘boiling hot’ werd verhit met branders. De holle catacomben van Dublin Castle echoën nu nog de kreten. Vooral op stille nachten, weerklinkt het gegil, gejammer en geschreeuw. En wordt gehoord door late pubgangers, hun weg terug naar huis zoekend. John verhaalt over Leprechauns, the famous Gravediggers pub, Mooving Statues, over the Phooka, the Willow the Wisp, the Unseelic Court, the Stray Sod en over the Hungry Grass……..

Newbay Country House. In de kelders van Newbay House hangt een zware atmosfeer. Of dat komt door de aangrenzende keuken weet ik niet, maar ik voel me er niet op m’n gemak. Er heerst iets haast tastbaar onaangenaams. Overal ligt puin, kleden, stukken bepleistering. Het huis staat hier sinds de 14e eeuw. Des Mullen is de huidige eigenaar. Des doet de deur van het slot en laat me een lage ruimte binnen. “Here it is”… Er staat een bed, oude landkaarten, boeken, dozen en meer zooi. Er is nog een flinke in schemer gehulde andere ruimte, met daarachter een diepe nis en weer een doorgang. De binnenkant van de deur is beschildert met merkwaardige ‘witchcraft’ tekens. Groen, zwart en rood. Zeer on Iers. “Dat zit er, naar men zegt, al honderden jaren”, vertelt Des. “Dat gat daar, waar die pijp in verdwijnt, dat is het laatste wat we hier ooit hebben geprobeerd te doen”. Ik informeer voorzichtig waarom. “Well…. er hebben hier eerst drie verschillende arbeiders gewerkt. Geen van hen heeft het hier binnen langer dan een uur volgehouden. Ook al wisten ze niets van wat zich hier ophield of van wat er met hun voorganger was gebeurd.
fotoklZe werden allen onwel en begonnen te zweten, werden vreselijk bang voor iets wat zijn aanwezigheid op erg onaagename wijze merken liet. Van een andere aannemer hebben twee arbeiders het ook ongeveer een uur volgehouden… Ook die aannemer liet me weten zijn arbeiders niet meer bij me te laten werken. Na ampele overweging heb ik toen besloten de verbouwing te stoppen en de deur voorgoed afgesloten… Iedere avond echter als ik door de hal heenmoet, dan voel ik het. Een zinderende kwaadaardig, grootse aanwezigheid. “Pure evil, a presence beond believe….” This ‘presence’ kijkt van boven me op me neer. Torent boven me uit, is veel groter dan ik. ‘A massive spirit’. Ik loop altijd zo kalm en rustig mogelijk, want als ik ooit in paniek zou raken en beginnen te hollen, dan durf ik nooit meer naar beneden. Het gevoel kruipt via mijn rug en nek naar m’n hoofdharen, als een soort zinderend electrisch geladen veld van getintel. Trillende schouders alsof ik heen en weer wordt geschudt. Heel onaangenaam, heel dreigend, onhoorbaar maar grommend. Dicht om me heen hangend.

Je denkt dat je ieder moment ruw bij je arm gegrepen zult worden…. Daarom brandt hier ook altijd een lamp. Dag en nacht. Tot die keer dat ik de keukendeur achter me dichttrok, toen het peertje van de lamp het begaf. “Piing.” …. Ik stond opeens in het diepst denkbare donker. ‘The presence’ was heftiger en veel dreigender dan ik ooit eerder ervoer. Haast tastbaar. De zes meter door de hal heen leken wel een mijl. Als in een droom, ijlend, suizend, golfde alles vertraagd voorbij. Dat hard lopen waarbij je niet vooruit lijkt te komen. De grond glijdt onder je voeten weg. Hoe lang het wel niet duurde weet ik niet. Badend in het zweet bereikte ik tenslotte de huiskamer. Mijn geschrokken vrouw zei dat ik zeker een dik uur weg was geweest. Om een fles wijn te halen? De volgende dag pas heb ik de lamp verwisseld”. Boven, weer in de veilig zonverlichte lounge aangekomen, zegt hij optimistisch: “Als je die deur nog wilt fotograferen…? Het is beneden nog niet afgesloten hoor…” Nou….ik moet u eerlijk bekennen, tot mijn schande, ik..eh…heb die foto niet gemaakt….

Met dank aan: John Colclough/Country House Tours. Het Iers toeristen buro, Amsterdam. Aan de bewoners van: Shankill Castle, Cuffsborough House en Huntington Castle. En ook aan: Ashbrook House en Ballyduff House.

Tekst en fotografie: Ad Swier.